ik lees alHet is een gewone dinsdagmiddag. Er stapt een mevrouw binnen, met een jongetje aan de hand. Het jochie rukt zich los en zit een seconde later op zijn knieën in Woeste Willem te bladeren. De oma komt al even doelbewust naar me toe. ‘Mijn kleinzoon wordt binnenkort vier,’ zegt ze. ‘Nu zoek ik wat leuke boekjes om met hem te gaan lezen.’
Ik stap naar de prentenboekenkast, maar dat is niet de bedoeling. ‘Nee, boekjes om te oefenen met lezen en schrijven,’ verduidelijkt de mevrouw. ‘Hij mag nu voor het eerst naar school.’

Ze bestaan inderdaad: dergelijke boeken voor kleuters. Samenleesboekjes, met heel korte tekstjes en met woorden die in stukjes zijn gehakt, zodat een kind dat al wat letters kent, kan spellen: ‘k-i-p’ of ‘d-o-o-s’. Boeken met plaatjes waar woorden bij staan: pet, das, sok, jas. En natuurlijk zijn er jonge kinderen die popelen om groot te zijn, om helemaal zelf een boek te kunnen lezen. De verrukking te ontdekken dat letters een woord worden, woorden een zin vormen, en dat die zinnen dan zomaar een verhaaltje zijn! Het magische moment dat je ieder kind gunt.

agenda kleinZiezo. Het is weer voorbij, de Literatour. Voor het eerst was er een speciale Boekenweek voor jongeren, of voor ‘Young Adults’ zoals de doelgroep modern genoemd wordt. Uitgebreid aandacht aan geschonken op Twitter en Facebook, extra Nieuwsbrief verstuurd, posters in de winkel, jongerenboeken royaal uitgestald op de tafels. Veel verkocht? Mmm, amper meer dan gemiddeld.
We hadden dan ook net de ‘volwassen’ Boekenweek achter de rug. 25 maart was de Paul Biegel Dag. Vervolgens is het nu nog even Kikker Tiendaagse en Media Ukkie Week. We zitten midden in de Stemperiode voor de Nederlandse Kinderjury, binnenkort is de Dag van de Jonge Jury, de hele maand april is ‘Maand van de Filosofie’, maar die laten we even aan ons voorbij gaan. En o help, 23 april is het alweer Wereldboekendag en voor we het weten begint in mei de Annie M.G. Schmidtweek.

logo wppAl bijna 28 jaar wordt in maart de Woutertje Pieterse Prijs uitgereikt: een prijs voor het beste Nederlandse kinder- of jeugdboek. Bij het publiek is de prijs lang niet zo bekend als bijvoorbeeld de Gouden Griffel, maar het winnende boek is vrijwel altijd een pareltje uit het aanbod van het voorafgaande jaar. Als is het dan een pareltje waar veel kinderen amper aan beginnen, want het zijn doorgaans de minder toegankelijke of literaire boeken die bekroond worden.
Nu was het even spannend of er in 2015 nog een Woutertje Pieterse Prijs zou zijn. Stichting Lira trok zich terug als sponsor, maar Bruna bleek gelukkig bereid het stokje over te nemen.

Nieuw dit jaar is dat er voor het eerst genomineerden zijn. Was het voorheen in de trein naar de uitreiking in Amsterdam vrolijk gissen welk boek het ‘wel eens zou kunnen worden’, dit jaar zijn de vijf kanshebbers al bekend:

2014 is bijna voorbij, dus het wordt weer tijd voor de decemberlijstjes. Wat is ons allemaal opgevallen op het terrein van kinderboeken?

Om te beginnen is 2014 een jaar vol krokodillen. Het begint in januari met Krrrr… okodil! van Catherine Rayner; het boek dat tijdens de Voorleesdagen massaal is voorgelezen aan peuters en kleuters. Daarna volgen heel wat andere (prenten)boeken over krokodillen, waarvan Kietel nooit een krokodil van Bette Westera en Thé Tjong Khing het allergrappigste is. In Nijmegen sluipt nog een bijzondere reptiel rond: Ingrid en Dieter Schubert lezen zestig kleuters voor uit Er ligt een krokodil onder mijn bed, en daarna lopen de kinderen als een twintig meter lange krokodil terug naar school.

krokodil pc school

doodgewoon kleinZo nu en dan verschijnt er een boek dat je in je handen houdt en nooit meer los wil laten. Het is niet vaak, misschien één keer per jaar. Of nog minder. Het is altijd totaal onverwacht.
Het Centraal Boekhuis heeft de dozen met boeken afgeleverd, je vouwt zo’n doos open, haalt de boeken eruit, sorteert ze: prentenboeken, eerste lezers, leesboeken, dertien-plus en dan ineens: hé, een nieuw boek, deze ken ik niet. En dan sla je het open, bladert even, leest een stukje en bam. Een tekst, een illustratie, een gedicht waarbij je denkt: wow..!

Doodgewoon is zo’n boek. Het is een dichtbundel, geschreven en geïllustreerd door respectievelijk Bette Westera en Sylvia Weve, een duo dat we al we al kennen van het mooie Aan de kant, ik ben je oma niet!
Doodgewoon gaat over de dood. Een thema dat zo nu en dan opduikt in kinderboeken en waar sommige (groot-)ouders wat huiverig voor zijn: moeten kinderen al met zo’n zwaar onderwerp geconfronteerd worden? Maar het is een feit dat ieder kind vroeg of laat wel eens met de dood te maken krijgt. Het kan klein verdriet zijn, omdat de kanarie van zijn stokje rolt. Het kan ook veel heftiger worden: opa of oma overlijdt, of iemand uit de straat, of een klasgenootje. Over dit laatste verdriet vertelt een van de ontroerendste gedichten uit het boek: