Logo De Nationale Voorleesdagen 2014De Voorleesdagen zijn begonnen; de mini-kinderboekenweek voor de kleintjes die nog niet zelf kunnen lezen, maar wel graag luisteren. De bedoeling is het voorlezen aan jonge kinderen te stimuleren, want zo – hoopt het CPNB – worden kleine luisteraars later grote lezers. En volgens de cijfers hebben ze daar gelijk in: kinderen die veel voorgelezen worden, hebben een grotere woordenschat en pakken vaker zelf een boek als ze zelf de kunst van het lezen eenmaal machtig zijn.

De Voorleesdagen starten met het Voorleesontbijt. Ministers, burgemeesters, sporters of brandweermannen lezen, soms wat onwennig, voor uit het Prentenboek van het Jaar. Dit jaar is dat Krrrr…okodil! van Catherine Rayner, het verhaal van een krokodil die het leuk vindt om de andere dieren te plagen. Krrrr…okodil! is niet onomstreden; op sommige scholen en peuterspeelzalen wordt het zelfs geweerd omdat het aan zou zetten tot pestgedrag. Daar kun je over twisten. De illustraties zijn in elk geval erg mooi.
Naast het Prentenboek van het Jaar kiest een jury van bibliothecarissen nog negen andere titels uit. Samen vormen de boeken de Prentenboek Top Tien.

logo jaar van het voorlezen2013 is bijna voorbij. Het is het Jaar van het Voorlezen: van 25 jaar Stichting Lezen, 20 jaar Nationale Voorleeswedstrijd, tien jaar Nationale Voorleesdagen en vijf jaar Boekstart. Een jubileumjaar dus. Maar valt er veel te jubelen?

Op het terrein van nieuwe boeken verschijnt er veel meer-van-hetzelfde. Nieuwe losers en nieuwe mutsen, eerdere successen worden nog eens extra uitgemolken, heruitgaven… je moet goed zoeken voor je een pareltje ontdekt. Maar ze zijn er nog steeds!

Zo komen er twee prachtige boeken van Rindert Kromhout uit: April is de wreedste maand en Die dag in augustus. Het eerste boek is het vervolg op het al even mooie Soldaten huilen niet uit 2010, het tweede een sfeervol klein verhaal dat al je zintuigen prikkelt. Het is beeldschoon geïllustreerd door Annemarie van Haeringen.

nog een mop“Jantje, leg je boek eens weg, je moet naar bed.”
“Nee mama, ik heb het nog niet uit.”
“Dan lees je morgen maar verder.”
“Dat kan niet. Dit boek is voor kinderen tot en met acht jaar en morgen word ik negen!”

Zomaar een mopje waar je op de basisschool zo om moest lachen. Die domme Jantje toch. Natuurlijk kon hij de volgende dag lekker verder lezen! Jij wist best dat die leeftijdsaanduiding op een boek geen wet van Meden of Perzen was.

Toch moet ik de laatste tijd steeds vaker aan Jantje denken. Dat is als er weer een verontruste (groot-)ouder bij me komt met een boek in de hand: ‘Mijn (klein-)kind wil dit graag hebben. Maar er staat op dat het voor tien jaar en ouder is, en hij is al elf!’
‘Mooi,’ zeg ik dan opgewekt, ‘dat klopt dus.’
Een glazige blik. ‘Maar is het niet veel te kinderachtig voor hem?’
‘Nee hoor, want als je elf bent, ben je ouder dan tien jaar.’
Vaak blijft de gulle gever twijfelen en soms wordt het boek zelfs teruggezet en zoekt mama of opa naar een boek met ‘11+’ op de rug. Dan zal het wel goed zijn.

mannetje van boekenHet is altijd zo’n leuke bezigheid: voorspellen welk boek op de vooravond van de Kinderboekenweek bekroond wordt met de Gouden Griffel. Hele discussies voeren we, tot iemand tenslotte triomfantelijk mag roepen: ‘Zie je wel! Ik had gelijk!’ Dit jaar zijn we akelig eensgezind. Laat de Griffel in hemelsnaam voor Spinder van Simon van der Geest zijn.

De keuze van de Griffeljury van 2013 is, laten we zeggen, discutabel. Zeven boeken zijn bekroond met een Zilveren Griffel en één van die Griffels verandert op 1 oktober in Goud. Toen het lijstje genomineerden in juni bekend werd, keken we met lichte verbijstering naar de titels. Wie verzint het om deze boeken te bekronen?

grijze jagerboeken‘En het moet het eerste deel van een serie zijn,’ besluit de moeder. Ze zoekt een boek voor haar zoon van dertien. Graag spannend en flink dik. Ja, De Grijze Jager heeft hij allemaal gelezen, Broederband ook, Harry Potter vond hij niet zo leuk, maar Artemis Fowl weer wel. En nu een nieuwe serie alstublieft.
Nou ja, series genoeg, dat is het probleem niet. Maar waarom moet het persé een serie zijn als er zo veel mooie ‘enkele’ boeken bestaan? De moeder kijkt me verbaasd aan. ‘Nou, dan kan hij lekker doorlezen, natuurlijk.’

Doorlezen kan inderdaad heel lekker zijn. Dat begint als je net hebt leren lezen en ontdekt dat er na dat ene deeltje De Effies nog heel veel andere boeken komen, die allemaal over diezelfde kinderen gaan. Heerlijk. Je weet zo’n beetje wat je te wachten staat en dat kan heel prettig zijn. Ook als je wat ouder wordt, zijn er fijne boekenreeksen. Mees Kees bijvoorbeeld, of Torak en Wolf. Daarnaast zijn er ook heel wat series van mindere kwaliteit, maar toegegeven: zelf smulde ik halverwege de jaren ’70 vijftig volstrekt identieke delen lang van de avonturen van Hielke en Sietse en hun Kameleon. Seriewerk is van alle tijden.